[Home][Vorige][Top][Volgende]*

Zoeken van juiste positie

De booghandplaatsing kan men controleren door de greep met (groene) zeep, olie of iets dergelijks in te smeren. Dit klinkt nogal vreemd, maar het is de bedoeling dat de boog zonder hulp van vingers of wrijving elke keer weer op dezelfde manier tegen de booghand steunt en vervolgens eruit springt.

Door de greep in te smeren kun je ervoor zorgen dat de boog alleen recht op je hand en arm drukt en niet van opzij. Op deze manier kom je er snel achter wat een juiste booghandplaatsing is. Wanneer je met ingesmeerd handvat én met ontspannen hand goed kunt schieten (zonder de boog in je gezicht te krijgen) dan is je booghandplaat sing goed.

Er zijn schutters die hun handvat beplakken met een stukje zeem of een ander ruw materiaal. Deze schutters geven hiermee aan dat hun booghandplaatsing niet optimaal is. Zij plaatsen hun hand zò, dat ze zijwaartse druk creëren en in plaats van de hand haar weg te laten zoeken houdt men het in stand door de wrijving van het lapje.

Het is ook belangrijk dat je de rug van de hand niet parallel aan de boog probeert te houden, maar onder een hoek, zie afbeelding 3. Dit is de meest natuurlijke houding van de hand, zodat dit ook de beste manier van ontspannen is.

Een manier om hiermee te experimenteren is de volgende:

Neem de schiethouding aan, zonder boog.

Ontspan je booghand en raak heel lichtjes met de top van je wijsvinger de top van je duim aan. Bij een ontspannen hand zullen de overige vingers ook licht gebogen zijn. Buig nu pink en ringvinger iets verder, totdat beide vingertoppen je handpalm raken. Buig je hand enigzins achterover en open je wijsvinger een beetje. Vraag nu een medeschutter of hij of zij een boog in je hand wil duwen.

Als het goed is gegaan, drukt de boog nu op de muis van je hand, zie afbeelding 5.

Je knokkels maken een hoek van ongeveer 45 graden met de boog. Pink en ringvinger bevinden zich tussen hand en boog. Probeer op deze manier enkele pijlen te schieten en let hierbij op het gedrag van de boog.

Voor iets meer gevorderde schutters die een redelijke lossing hebben, is het volgende een aardige manier om een idee te krijgen van een juiste booghandplaatsing.

Schiet een aantal pijlen zonder stabilisatie en let op hoe je boog uit je hand springt. Waarschijnlijk kun je niet voorkomen dat de boog achterover kantelt, maar het links- of rechtsom roteren van de boog moet zijn te voorkomen. Om een idee te krijgen van wat er fout kan gaan moet je proberen het handvat sterk aan de linkerkant (voor rechtshandige schutters) te belasten. Als dit goed gaat, slaat de pees tijdens het schot tegen de armbeschermer aan, en zal de pijl waarschijnlijk iets naar rechts vallen.

Probeer hetzelfde aan de andere kant van het handvat. Belast de rechterkant van het handvat zwaarder. Dit is voor een rechtshandige schutter niet eenvoudig. Dit kun je doen door met de duim in de richting van het blazoen te duwen. De boog zal na het schot linksom draaien, misschien zal de boogarm iets naar links bewegen.

Als je de twee uitersten hebt gevoeld kun je een middenweg zoeken: het ideale geval is wanneer de boog (met of zonder) stabilisatie niet de neiging heeft te roteren. Vraag een medeschutter of hij naar de tip van de stabilisatie kijkt, hij of zij moet dan aangeven of je boog recht naar voren spring of niet.

Nogmaals wordt hier erop gewezen dat deze methode alleen geschikt is voor schutters met een goede lossing, dus een lossing die geen roteren opwekt.


[Home][Vorige][Top][Volgende]*